Herkennen van leerproblemen

Het kan zijn dat iemand met leermoeilijkheden over het algemeen:

     - snel is afgeleid,

     - een schooltaak niet zo lang kan volhouden, 

     - de ene dag opvallend beter werkt dan de andere,

     - opdrachten vaak niet lijkt te horen; alles moet herhaald worden,

     - leerstof weer snel "vergeet",

     - nauwelijks aandacht besteedt aan wat gezegd en verteld  wordt.

     - moeilijk kan werken in lawaai

Bij het rekenen:

     - onvoldoende inzicht heeft,

     - te traag rekent,

     - op de vingers blijft tellen,

     - tafels van vermenigvuldigen niet onthoudt,

     - moeite heeft met breuken, procenten, maten en gewichten,

     - vastloopt in vraagstukken en/of redactiesommen.

 

Tijdens het spreken:

     - een beperkte woordenschat heeft,

     - moeite heeft om zinnen te vormen,

     - veel naar woorden moet zoeken.

 

Bij het lezen:

     - ondanks veel oefening traag en moeizaam blijft lezen,

     - snel leest, maar daarbij veel fouten maakt,

     - technisch goed kan lezen, maar moeite heeft met het begrijpen van de tekst.

 

Bij het schrijven:

     - letter of klanken verwart, zoals ei/ij, g/ch, f/v, eu/ui, s/z,

     - omkeringen blijft maken, zoals ui/iu, eu/ue, ei/ie, b/d

     - letters of lettergrepen weglaat,

     - moeite blijft houden met open- en gesloten lettergrepen.